Zullen we weer elkaars engelen zijn?

Een warme, broeierige dag in het bos. Ik begin langzaam te wennen aan de hitte, na de snelle overgang van vorst naar hoogzomer. Ik hou van de warmte, maar vind het ook fijn om er naar toe te groeien, samen met al het leven om me heen. Dit jaar geen lente, voor de planten niet, voor mij niet. Gelijk in bloeistand! We doen het er mee.

Er komt niet veel uit mijn handen, en ‘s middags stap ik toch nog even in de auto, nee, op de fiets natuurlijk, onee, in de auto, of toch op de fiets, eh ja, eh nee, eh…, iets aan mijn conditie doen…eh warm…eh, aantal winkels… eh lui… milieu ook nog zoiets…

Eind van de middag stap ik in de auto om nog even wat winkels af te rijden. Als ik mijn laatste ‘to do’ heb gedaan, de winkels achter mijn rug sluiten en ik naar de parkeerplaats loop, zie ik een vrouw staan. Mooie uitstraling, met rolkoffer en telefoon aan haar oor. “Die kan wel met mij meerijden”, komt er in mijn hoofd op.

Hum, das gek, waarom denk ik zoiets? Daarna voel ik de pijn, het verdriet, bij het idee dat àls zij een lift nodig zou hebben, en ik die zou kunnen geven, dat de wereld nog niet zo ver is, dat we elkaar dan zullen vinden…

Op het moment dat ik in mijn auto wil stappen, zie ik de vrouw in mijn ooghoeken naar me toe lopen en vraagt me of ze iets heel ongebruikelijks  mag vragen. Ik draai me naar haar om, en zeg dat ze me alles mag vragen. Een klein stemmetje in mijn hoofd laat nog even weten dat ik dat niet altijd zo maar tegen iedereen kan zeggen. Ja, ze heeft de laatste regio bus gemist, en moet naar het Boshotel.

Ik zeg direct dat ze in kan stappen, en ga achter het stuur zitten, wachtend tot ze haar plek in de auto heeft gevonden. Ik bedenk even dat het voor haar misschien wel heel raar is, dat ik zo snel reageer. Maar ja, ik wist al dat ze mee ging rijden! Ik kan moeilijk verbaasd en ‘moeilijk’ gaan zitten spelen.

Compleet gelukkig en vereerd voel ik me, dat ‘mijn wereld’ op dit moment realiteit geworden is!

Oh, wat is dit heerlijk! Mijn wereld bestaat!

De rit is kort, en we wisselen een paar dingen uit. Dat ze even een nachtje in de stilte komt logeren. Dat ik hier nu ruim 2 jaar woon. Zij uit Amsterdam. Ik uit Amsterdam.

Ze zegt me dat ik vandaag haar engeltje ben, en ik antwoord spontaan, dat ik dat heel erg fijn vind, om vandaag haar engeltje te kunnen zijn!

Wie is hier wiens engeltje???

Ze wil me graag bedanken en iets geven. En direct daarop zegt ze, dat ze weet dat ik dat niet wil. Maar, laat zij nu iemand zijn, die voor haar beroep ‘bedankjes’ maakt! Daar kan en wil ik natuurlijk niet onderuit, dus wisselen we gegevens uit.

Dol gelukkig sta ik even later op de ladder om het dak van mijn huisje schoon te vegen. Hoe mooi is de wereld! We creëren hem zelf.

Zullen we vandaag elkaars engeltjes zijn?