Geboorte

In mij vechten 2 wolven met elkaar. De ene die ik niet ben, en de andere die ik niet wil zijn…

Boos ben ik. Boos. Omdat ik het gevoel heb al 3 jaar tegengewerkt te worden. ‘Alles’ wat ik wil opzetten of wil beginnen lijkt niet te mogen. Eerst krijg ik een frozen shoulder, en als die eindelijk ontdooit lijkt, begint de andere schouder. Als ik bijna een jaar later moeizaam herstellende ben van mijn gebroken voet, realiseer ik me ineens dat mijn beide armen het weer doen, en overleef ik op weg naar een fijn samenzijn een slippartij op de A2 waardoor ik achterstevoren op de vluchtstrook beland. In plaats van dankbaar te zijn dat ik het er levend en zonder kleerscheuren vanaf heb gebracht, ben ik boos en gefrustreerd dat me dit is overkomen. Mag het nou alsjeblieft gewoon een keertje ‘gewoon gáán’? Het lijkt allemaal buiten mij om te gebeuren. Tijdens de slip zie ik mezelf als kijkende naar een film gaan en roep ik hardop terwijl ik rondtol: “hé, maar dat ben ik!?!” Mijn auto staat daar dan wel achterstevoren, maar zo netjes recht en midden op de vluchtstrook geparkeerd, dat ik het gevoel heb dat er met me ‘gespeeld’ wordt en dat ik daar gewoon neergezet ben. Waarom moet ik terug naar huis??

Maanden voordat ik mijn voet breek bezoek ik een sjamaan uit Zuid Afrika met de vraag wat mij tegenhoudt. Tijdens ons samen zijn, doet hij o.a. een ceremonie waarbij hij een zak met botjes, muntjes en stenen leeggooit. Vanuit hoe alles op het kleed valt kan hij mij informatie geven waardoor ik inzicht krijg in mijn situatie. Hij laat me zien dat er vlak bij het botje, dat mijn persoon voorstelt, een grote steen ligt. Dat houdt mij tegen. Als hij die steen van het kleed afhaalt, voel ik me ineens kilo’s lichter, waarna hij de steen weer terug legt en ik het effect als bakstenen op mijn rug ervaar. Ik vraag hem of ie die steen dan niet gewoon weg kan halen en weglaten, maar zo werkt het helaas niet.

Hij geeft me huiswerk mee voor thuis. Het is aan mij om die ballast op te ruimen…. Ik weet nu hoe het voelt als het uit de weg geruimd is!

Een paar maanden later heb ik een afspraak met sjamaniste Linda, en stel haar dezelfde vraag, ‘wat houdt mij tegen?’. Tijdens een wandeling door een heerlijke Heemtuin in Amsterdam West, zoeken we eerst door mijn vaders en daarna door mijn moeders familie, maar daar vinden we het antwoord niet.  Wel geeft ze me terug dat mijn vader uit een zeer streng religieuze voorouderlijke lijn stamt. Mijn moeder kan dat later bevestigen. Als Linda zichzelf dan presenteert als datgene wat mij tegenhoudt, begin ik ineens te schreeuwen en van me af te slaan. Ik ren van haar weg, kriskras door de smalle paadjes van de heemtuin, maar lijk niet aan haar te ontkomen. Smekend vraag ik wat ik moet doen om losgelaten te worden. Linda vertelt me dat het een heel oude liefde is, die mij uit eigenbelang aan zich ‘vastgeketend’ heeft. Ze helpt mij uiteindelijk de dikke kabel tussen deze oud-geliefde en mij door te snijden, waarna ik me ongelofelijk vrij voel. Een vrijheid die ik nooit eerder zo ervaren heb en ’t voelt heerlijk! Ik hoef nergens meer heen. Alles is goed. En tegelijkertijd onwennig. Ik heb nog nooit op eigen benen gestaan…

Als in juni mijn lieve peettante overlijdt, zit er een lied in mijn hoofd, en ik vraag me af of ik dit op de begrafenis zal zingen. DOODeng vind ik dat, en doe het liever niet. Ik besluit dat als ik niet gevraagd word om iets te doen, dat ik dan niet hoef van mezelf, dat het dan goed is.

Er word geen bijdrage van mij gevraagd, en ga met een gerust hart naar de begrafenis. Denk ik. Toch heb ik de tekst van het lied in mijn tas gestopt. Er blijft iets in mij knagen, duwen en grommen. Ik doe hard mijn best dit te negeren, ‘we’ hadden immers afgesproken dat het niet hoefde.

Als we later met een grote groep familie en dierbaren om het graf staan, voel ik mijn hartslag toenemen. Als iedereen om beurten langs het graf loopt om afscheid te nemen, sta ik als aan de grond genageld. Inmiddels is mijn hartslag verdubbeld. De ene wolf wil het lied brengen, en de andere wil zo graag net zo zijn als iedereen en vooral niet opvallen en zéker geen risico nemen.

Het gaat hier niet om mij! Het is toch goed zo, dit afscheid zonder mijn lied. We hadden toch afgesproken…

Als bijna iedereen weg is en ik nog steeds vastgeklonken sta aan de aarde, mijn hartslag als een razende tekeer gaat, vind ik de ogen van mijn zwager die mij in de gaten lijkt te houden. Ik ruis naar hem toe en zeg in paniek: ik moet zingen, maar ik kan het niet! Mijn zwager zegt me het ‘gewoon’ te doen, en dan blijkt ineens dat ik precies weet wat ik te doen heb: ik vraag mijn oom om toestemming, pak de veren uit mijn tas die ik de vorige dag uit het park heb meegenomen, doe mijn schoenen uit, loop naar het graf en zing mijn lied. Een enorme koortslip herinnert me er de volgende dag aan wat voor strijd er die dag gevoerd is. Een gewonnen strijd geeft het fijne rustgevoel aan. Maar strijd…

Niet vechten, zegt mijn zwager, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten, niet vechten…. Degene die ik niet ben, en degene die ik niet wil zijn… niet vechten…

Sinds ik mijn voet gebroken heb, ga ik met de metro naar mijn oppasadres. Op een ochtend zit ik in de metro, en de lamlendigheid van de reizigers om me heen komt als een deken over me heen te liggen. Daartussen zit een klein meisje, dat nog zoveel pit in zich heeft, maar die zich treurig mee laat slepen door de medereizigers. “Goodmorning Starshine’ van Hair zingt in mijn hoofd, en mijn hartslag neemt toe… ja…nee… NEE ECHT NIET!!! Niet in de metro!!!

Oh wat zou dat fijn zijn, opstaan, iedereen toezingen, en dan weer gaan zitten, met een fijn en rustig gevoel. En wie weet even een rimpel in een stilstaande poel.

De halte van mijn bestemming voorkomt een bloedbad. Mijn hartslag komt weer terug in zijn dagelijkse tempo. Het gevecht is afgeblazen. Voor nu.

Geheeld van mijn schouders, inmiddels dankbaar dat ik de slip met mijn auto heb overleefd en nog steeds herstellende van mijn voet, zit ik op eerste kerstdag thuis in een meditatie waarbij ik zingend keer op keer een mantra herhaal, en ik voel me steeds vrolijker worden. Alle gebeurtenissen van het afgelopen jaar vallen in de vorm van kwartjes en inzichten binnen…

Ik ben erg gewoon om te leunen, om de verantwoordelijkheid af te geven, in iemands schaduw te staan, achter een ander te gaan staan, mezelf kleiner te maken, me op anderen te richten. Dan ben ik sterk. Zoals ik het ken.

Na mijn ontmoeting met Linda ben ik op mezelf komen te staan, op mezelf aangewezen, draag ik verantwoordelijkheid voor mezelf. Dat is even wennen. Niet vreemd om dan tijd nodig te hebben om in balans te komen… dat is lang geleden… Wauw, als ik dit dus nu leer, kan ik steeds meer voor mezelf gaan staan. Rechtop gaan staan. Als ik niet meer leun, dan kan ik niet anders dan naar mezelf luisteren en goed voor mezelf zorgen. Dan doet het er niet toe wat de buitenwereld denkt, want niks is het waard om een ‘misstap’ te maken. Dat heeft mijn gebroken voet me inmiddels wel duidelijk gemaakt.

Ik word steeds vrolijker, en wieg mijn mantra met veel plezier en steeds luidere stem. Ik voel me dronken, onoverwinnelijk, en ervaar de kracht in mijn ruggengraat, het licht in mijn lijf…Andrea’s licht! Jaaaaa, zó gaat m’n bedrijfje heten, Andrea’s Licht! De naam die iemand mij 2 jaar daarvoor had voorgesteld, maar die ik toen veel te heftig vond, voelt nu helemaal passend. Met dronken hart lal ik: Andrea’s Licht is geboren…Andrea’s Licht is geboren…Andrea’s Licht is geboren 🙂

Tot zover eerste kerstdag.

Vandaag 26 januari 2018: Het blijft nog wel even oefenen 😉