14 juli 2017, een brief

Vandaag staat in de agenda: ‘gewoon even bellen’.

Ik wil je graag ontmoeten en ben al zo lang van plan om je te bellen, maar weet het elke keer weer uit te stellen, want waar begin ik met die enorme kluit in mijn hoofd… die steeds groter wordt.

Een vriendin zegt me “je kunt toch gewoon zeggen, dat je haar wil ontmoeten?!”

Drie jaar geleden vertelde een andere vriendin mij over een boek van jou over Sjamanen in Europa. Zij had niets met sjamanisme, en voor mij was het nog ver van mijn bed. Waarom tipte ze mij dat boek terwijl ze er zelf niks mee had? Ik vond het boek ook nog eens te duur, en liet het gaan.

Ik leerde ondertussen over sjamanisme door in het eigen Nederland mee te reizen met sjamanen uit Mexico, Siberië, Noord Amerika, de Cariben, Groenland… Tot diezelfde vriendin weer begon over het boek, en ik kort daarop een tweedehands exemplaar op marktplaats vond. Oké, daar kon ik me geen buil aan vallen…

Ik heb het boek verslonden. Eindelijk begreep ik waarom wij het sjamanisme in eerste instantie ver weg zoeken. In Europa is het sjamanisme zo goed als helemaal uitgeroeid. Maar het heeft hier wel degelijk ook bestaan! Mijn nieuwsgierigheid is gewekt.

Als ik van Angaangaq, sjamaan uit Groenland hoor, hoe belangrijk het is dat we een trommel hebben, ga ik op zoek. Het is ook een zoeken naar wat bij mij past. Met mijn frozen shoulder heb ik niet veel kracht in mijn arm.

Op jouw website lees ik dat je trommels bouwt. Het prikkelt me, maar in mijn omgeving hoor ik vooral dat het toch zo bijzonder is om je eigen trommel te maken… Oké, ik weet nog niet zo goed hoe het werkt, maar blijkbaar moet ik mijn eigen trommel bouwen. Ik informeer mezelf over alle mogelijkheden om zelf een trommel te maken, en op mijn verjaardag, nu een jaar geleden, krijg ik geld om daadwerkelijk een trommel te gaan maken. Geweldig!

Maar ik meld me nergens aan… De envelop met geld blijft op mijn altaar staan. Veel later ontdek ik dat ik eigenlijk stiekem een trommel van jou wil. Geen idee waarom, maar zo voelt het. Eng, want een eigen trommel maken is toch zo belangrijk? Nog weer later sta ik mezelf toe, dat het goed is. Dat het voor mij kennelijk belangrijk is om een trommel van jou te krijgen.

Als ik naar je website ga, bied je geen trommels meer aan.

Bij het opruimen van mijn boekenkast kom ik een boekje tegen ‘Same Atnam’, wat Samenland betekent en oa gaat over het leven in het noordelijkste deel van Europa waar de Samen altijd geleefd hebben, en nog steeds als minderheid leven. Het deel van Europa waar de laatste resten van het Noordwest Europese sjamanisme terug te vinden zijn. Het boekje kreeg ik in 1995 van Nancy de Graaf, de vrouw van de schrijver, tevens de vrouw die de tekeningen bij zijn gedichten schreef. Het was een bedankje aan mij voor een paar keer haar huis te hebben schoongemaakt. Als ik haar nu zou hebben ontmoet, had ik in haar een wijze grootmoeder herkent, en zou ik het een eer vinden om bij haar in de buurt te mogen zijn. Toen zag ik haar als een lieve aparte sterk gebochelde vrouw in een overvol huis, waar ik een zomerbaantje had. Ze vroeg me voor haar te blijven werken, maar ik was jong en onwetend en had andere plannen. Veel later ontmoette ik iemand die terug kwam van een begrafenis van een oude vrouw, en me vertelde dat er geen andere gasten op de begrafenis waren, omdat ze niemand meer had. Zij zelf was naar de begrafenis gegaan, omdat ze bij haar het huis had schoon gehouden. Het bleek om dezelfde Nancy de Graaf te gaan! Hoe bijzonder dat ik via deze weg nog van haar hoorde, en hoe pijnlijk te horen hoe alleen ze nog in het leven stond.

Als ik dit schrijf doet het me verdriet dat ik haar destijds niet ‘herkent’ heb. Ik weet, ik kon haar nog niet kennen, maar wat zou ik haar nu graag weer ontmoeten. En dat doe ik nu, via jouw verhalen over de Samen en haar cadeau destijds aan mij.

Ik had het boekje nooit gelezen, maar heb het al die jaren bewaard, ondanks dat ik inmiddels bijna al mijn boeken heb weggedaan. Wat bijzonder dat ik dit boekje nog heb en het eindelijk kan lezen.

Ik zou je wel eens willen ontmoeten, en af en toe bezoek ik je website om te kijken of ik een ingang vind die ik snap, die klikt, om contact met je op te nemen. Het blijft bij gesprekken die ik in mijn hoofd met je voer. Ik blijf checken of je niet toch weer drums aanbiedt, wat je niet doet.

En dan zie ik je training over rouwvrouw/zielenman. Dat klinkt mooi!!!

Sinds de dood van mijn tante Agnes in ’92, die sindsdien met mijn leven mee hobbelt, is de dood een thema geweest in mijn leven. In het begin vooral vanwege het enorme taboe dat lange tijd in Nederland heeft gerust op de dood (wat naar mijn idee inmiddels gelukkig iets minder is geworden). Maar ik kan hier nog bladzijdes over schrijven, misschien een andere keer.

Zou die training iets voor mij zijn??? Ik merk dat ik huiverig geworden ben voor cursussen en opleidingen. Ze hebben een enorme aantrekkingskracht op me, maar ik voel dat ik vol met kennis zit, en dat meer kennis me eerder bij mijn eigen kennis en intuïtie weghaalt, dan dat ik er wijzer van word.

Ik besluit mezelf te trakteren, en bestel 2 van je boeken. Beide boeken gaan over het spirituele pad dat jij gelopen hebt en ik maak het tijdens het lezen allemaal mee. Soms gaat het boek aan de kant, omdat het tijd nodig heeft om beleefd te worden. Het gaat over je reizen en ontdekkingen dat je dingen ‘anders’ ziet, je gevoeligheden en oude kennis, het gaat over contact met de natuur, over trommelen en zingen, de dood en wortels.

Je verhalen en belevenissen zijn zo anders dan de mijne, veel heftiger ook, maar het is alsof ze van mij zijn. En wat een herkenning als ik ontdek dat jij ook na elke reis weer terug naar Nederland schijnt te ‘moeten’.

Op al mijn reizen heb ik gezocht naar een plek of mogelijkheid om te blijven. Maar altijd was er iets waardoor ik terug naar Nederland werd geleid.

4 jaar geleden ben ik van Amsterdam naar Spanje gelopen, en onderweg was ik thuis. Nog nooit eerder heb ik me zo vrij en één gevoeld met alles om me heen.

Hierna is mijn spirituele pad bewust geworden, en heb ik me opengesteld voor de stem, die ik af en toe hoor, en die me dingen doorgeeft. Tot die tijd had ik hem weggewuifd omdat ik er geen zin in had. Die stem sloot meestal niet aan bij mijn eigen plannen en (vaak veel leukere) ideeën. Het was dan ook niet mijn keus om terug naar Nederland te komen.

Ik heb steeds sterker het gevoel dat ik je wil ontmoeten.

‘Gewoon even bellen’ staat er in mijn agenda…

Als ik je eindelijk, 3 jaar na mijn eerste kennismaking met je, aan de telefoon heb, komt er niet veel zinnigs uit mijn mond. Behalve “ik heb je gebeld, dat is het belangrijkste”.

Donderdag ga ik je dan ontmoeten 🙂.