A walk through history

Mijn grootvader, ik heb hem nooit gekend, en thuis werd er nooit over hem gesproken. Op internet leer ik hem de laatste maanden een beetje kennen: Hij was dichter, prozaist, journalist en kunstcriticus. Ik vind een tweedehands gedichtenbundel van hem, en lees gedichten waarin hij het leven soms zwaar opneemt, en anderen waarin hij gepassioneerd over de liefde vertelt.

Op mijn geboortekaartje wordt uit één van zijn gedichten geciteerd:

Het zal zo rein zijn,

Zo volmaakt

Als water, licht en bloemen

En ik wist van mijn moeder, mijn grootmoeder hield zielsveel van hem.

Best leuk, zo’n grootvader.

Ik heb me nooit echt verdiept in mijn voorouders. Mijn moeder zei, en zegt nog steeds, bij fysieke problemen zoals hoge bloeddruk en cholesterol en bij niet handige eigenschappen zoals geen zelfvertrouwen en snel oordelen, ‘ja, zo zijn wij, daar kunnen we niks aan doen, dat zit in onze genen’. De doorgegeven erfenis leek altijd negatief en van jongs af aan reageerde ik heftig op het stukje ‘kunnen we niks aan doen’. Dan riep ik wanhopig en moedig tegelijk naar mijn moeder ‘als ik dat niet kan veranderen, dan hoeft het voor mij niet meer!’.

In al die jaren van kind af aan ben ik op zoek gegaan met mezelf en alle spiegels die ik tegenkwam in familie en vrienden en anderen die op mijn pad kwamen, naar de kiem van lastige dingen, fysiek en mentaal, om ze om te kunnen buigen. Ik ben er altijd van overtuigd geweest dat genen kunnen veranderen.

Altijd met behulp van de levenden.

Tot ik afgelopen november de volgende opdracht kreeg van een sjamaan: Ga het bos is, loop rond tot je een plant tegenkomt die je aandacht vraagt. Vervolgens graaf je die uit, met zoveel wortel als mogelijk.

Tussen al het mooie groen dat ik zo graag uit wil graven, valt mijn oog op een paardebloem. Ondanks mijn verlangen naar de andere, veel boeiender planten die ik zie, weet ik dat deze paardebloem het is die me roept. Ik zucht een keer en geef me eraan over. Ik beloof mezelf dat ik indruk zal maken met de enorme wortel die ik uit kan graven…. Langzaam en zorgvuldig begin ik te graven, tot ineens ‘pang’, de wortel knapt. Vlak bij de steel!!!

Bij terugkomst krijgen we om beurten verhaal over hoe we onze opgraving kunnen interpreteren.

Als één van de laatste hou ik teleurgesteld mijn zielige inmiddels verlepte paardebloem met wortelstompje omhoog, en de sjamaan begint te vertellen… alle mooie eigenschappen van de paardebloem komen langs, ik herken velen ervan terug in mezelf, en voel me steeds blijer worden.

Aan het eind droom ik van een tuin met alleen maar paardebloemen! Over het stompje wortel stelt ie me gerust: dat komt wel als het nodig is.

Waarschijnlijk is het dan voor mij niet aan de orde, die voorouders, besluit ik de dag. Met die voorouders heb ik niet veel, en nooit gehad. Ja, mijn overleden tante Agnes, maar die heb ik gekend, we hadden een speciale band, en na haar dood hebben we gewoon contact gehouden zeg maar :-).

Oja, en als kind was ik altijd op zoek naar iemand die mijn opa wilde zijn, want ik had geen opa, en dat vond ik toch wel heel erg zielig…

Mijn grootmoeder komt uit een artistieke familie van voorname architecten, beeldhouwers, musici en schilders, zegt Wiki. Willem Mengelberg, dirigent van het muziekgebouworkest, was haar oom. Ik herinner me dat daar wel mee werd gepronkt. Gek genoeg werden deze talenten nooit benoemd als onderdeel van onze genen. Wij waren natuurlijk van een andere tak.

Ja, misschien een beetje aanleg, maar om een grote te worden moest je toch wel van ‘andere huize’ komen. Zo heb ik mijn grootmoeder leren kennen: je had het gemaakt of je zou het nooit gaan maken. Ik begreep van haar dat ik het in ieder geval niet zou gaan maken.

Ik lijk aardig wat kwalen van mijn moeders familie te hebben overgenomen, en al staat een groot deel van mijn leven in het teken van het kantelen of opruimen van erflast, ik blijf tegen iets hartnekkigs aanlopen, wat zich steeds duidelijker aftekent in mij, als een brok zware, zwarte last, waar ik tegelijkertijd steeds minder vat op lijk te krijgen.

Als ik in december opnieuw een sjamaan ontmoet, die me zonder mijn verhaal te kennen, confronteert met een black burden inside, dat me tegenhoudt om vrij te zijn, vraag ik me opnieuw af wat dit kan zijn, zodat ik het los kan laten.

Ik krijg bij dezelfde sjamaan vervolgens de gelegenheid om in een geleidde meditatie op zoek te gaan naar mijn voorouders.

Als eerste ontmoet ik mijn tante Agnes, waarna mijn grootmoeder onverwachts naar de voorgrond komt. Ik sta perplex, dat ze me wil ontmoeten… en ben helemaal verbaasd over de enorme liefde die ze uitstraalt. Zo ken ik haar helemaal niet!

Als ik een beetje bekomen ben van deze overdonderende ontmoeting, kan ik haar vragen hoe ik onze relatie kan herstellen. Als antwoord krijg ik te horen dat ik haar kan vergeven.

Met dit verzoek onder mijn arm blijf ik voorlopig rondlopen. Echt vergeven doe je niet eventjes. En, eh, dan ook mezelf vergeven voor het feit dat ik deze liefde nooit heb kunnen zien…

Maar deze ontmoeting zet meer in gang. Wat kwam mijn grootmoeder doen? Waarom drong ze zich naar voren?

Mijn grootmoeder had mij Roos willen noemen, heeft ze eens verteld. Ze droeg zelf een ring met een roos, en zei me dat als ze er niet meer was, die dan voor mij was.

Jaren later als mijn grootmoeder overlijdt denk ik daaraan terug. Maar omdat de boedelverdeling nogal wat spanningen met zich meebrengt, besluit ik daar niet over te beginnen. Heel veel later komt mijn moeder met een potje dat ze nog had, en dat voor mij bestemd is. Hierin zit de ring met de roos.

De dag na de bijzondere spirituele ontmoeting met mijn grootmoeder, eet ik bij een vriendin en ineens noemt ze me ‘Suzanne’. Ja, zegt ze, gek he, soms vind ik gewoon dat mensen een andere naam zouden moeten hebben, en ik vind jou echt een ‘Suzanne’ of ‘Shoshana’ in het hebreeuws. We zoeken de naam op. In modern Hebreeuws verwijst Shoshana naar de roos…

Op de middelbare school had ik een keer straf en moest een uur eerder op school komen. Ik kreeg een boek te lezen over de oorlog. Niet mijn favoriete onderwerp, toen niet en nu nog steeds niet. Toch ben ik geboeid, en vraag het voor mijn verjaardag. Sindsdien staat het bij mij in de kast, is het vele malen meeverhuisd, heb ik het bij grote opruimingen altijd gehouden, en heb ik er nooit een letter in gelezen.

Nu ruim 30 jaar later valt mijn oog erop, en ik begin te lezen.

Ik vind het zware kost om in te duiken, maar voel ergens dat hier de sleutel ligt van ‘mijn zware last’ die ik meedraag, en niet bij me hoort.

Als een derde sjamaan mij in januari vertelt: ‘You need a new history’, kan ik alleen maar heftig ‘ja-knikken’.

Vorige week lees ik een artikel over Willem Mengelberg, over een groot fan van hem die de Mattheus Passion, waar Mengelberg destijds zijn stempel op heeft gedrukt, in zijn versie en visie wil gaan heropvoeren, en dat raakt me diep.

Ineens zie ik de doem in onze familie en mijn eigen last, het grote geheim, het er niet mogen zijn, je niet mogen uitspreken, en de straf voor als je doet waar je in gelooft, het besef dat een overtuiging ‘fout’ kan zijn en alles wat mooi is overschaduwt.

De oom van mijn grootmoeder, Willem Mengelberg, een groot muzikaal talent, voor wie muziek maken het enige en allerbelangrijkste in het leven was…

Na de oorlog is hij verbannen omdat hij tijdens de oorlog door is gegaan met dirigeren terwijl de joden één voor één uit zijn orkest verdwenen.

Mijn grootvader, vader, geliefde echtgenoot, gepassioneerd dichter en journalist, is na de oorlog opgepakt omdat hij fout is geweest in de oorlog. Zijn overtuiging heeft mensen pijn gedaan en verraden. Zijn daden smeken om vergeving.

Mijn grootmoeder heeft geprobeerd hem van zijn pad af te brengen, maar hij deed wat volgens hem juist was.

Zijn 6 kinderen van 4 t/m 11 jaar oud zijn levenslang veroordeeld. Ze hebben hun vader zien oppakken, er waren geen inkomsten meer, ze werden veroordeeld door familie, buren, vriendjes, vriendinnetjes en leraren. Ze leerden een enorm geheim te dragen, leerden dat het beter was je niet uit te spreken, te verbergen wie je bent en waar je vandaan komt, de pijn te dragen van de schande, de vernedering en het verdriet, het nooit meer trots kunnen zijn op je pa.

5 jaar geleden heb ik ontdekt dat mijn grootvader fout was in de oorlog.

Afgelopen maanden heb ik mijn grootvader een beetje leren kennen en leer ik de enorme impact van zijn leven op het mijne.

Hij schreef het volgende gedicht voor mijn grootmoeder:

Nu leef ik zonder haar maar haar vergeet ik niet:

van anderen ben ik stroef of luchtig heengegaan,

zij is mij goed geweest en ik deed haar verdriet;

kom ‘k ooit te boven wat ‘k haar blindelings heb misdaan?

 

Ik tracht te denken hoe dit alles is geschied.

Hoe kon ik ’t hart verharden tegen haar vermaan,

hoe kon ik martelen die mij lief was? ‘k Weet het niet.

Geen dan zij zelf kan me ooit van deze vloek ontslaan.

 

O vrouw, die me alles gaf en nauwelijks vroeg, gedoog

dat ‘k hier in eenzaamheid opnieuw mijn trouw belijd,

ziek en berooid, als Job geplaagd, geslagen

Geloof, geliefde, dat ook toen het jou bedroog,

diep-in dit zwerfziek hart toch koesterend al die tijd

Het heilige geheim der liefde heeft gedragen.

 

Wat zou ik hem graag ontmoeten.